Landschappen - van “Bof” naar “Waow”.
Introductie
Welkom bij onze artikeltjes om uw fotografie te perfectioneren.
Het niveau van dit artikel is voor beginners. De meeste van deze technieken kunnen gebruikt worden met uw fototoestel op volautomatisch. Dit zijn basisregels.
Het belangrijkste voor een geslaagde foto
Behalve een juiste belichting is het belangrijkste om een geslaagde foto te maken de kompositie. De kompositie is hoe de dingen die op de foto zichtbaar zijn op deze foto geschikt staan.
Soms volstaat het om een voorwerp te verplaatsen, soms is het voorwerp vast (zoals een monument) zodat je zelf zal moeten verplaatsen om het voorwerp (monument) elders in uw foto te plaatsen tov andere vaste voorwerpen.
Er bestaan vaste regels met betrekking tot kompositie, maar gezien de bedoeling van al deze regels is om de blik van de kijker te vangen en in de foto te houden kan het goed zijn dat je soms de regels moet/mag breken. Maw de regels zijn richtlijnen en mogen gerust afgerond of omzeild worden. Denk aan de slagzin uit de film “The Matrix”: “Some rules can be bend, others can be broken…”.
Naast de “doe” regels zijn er ook de “verbods” regels. Deze laatsten zijn meestal onomzeilbaar
De “doe” regels
Over de eeuwen heen (kompositie geldt niet alleen voor fotografen maar ook voor schilders) heeft men vastgesteld dat een beeld interessanter is indien de belangrijkste elementen op bepaalde punten staan en indien er elementen zijn die naar dat punt leiden via vaste lijnen. Er zijn verschillende systemen: de regel der derden, is de gemakkelijkste en de meest gebruikte. Op veel pocket camera’s bestaat zelfs de optie om die “derden” te laten afbeelden op jouw schermpje zodat je makkelijker jouw kompositie op deze lijnen kan maken met jouw toestel. Op de eerste figuur hierbij zie je de rode lijnen die de derden voorstellen van het beeld. Het beeld wordt dus horizontaal en/of vertikaal in drie even delen gedeeld.

Het is niet de bedoeling om ALLE lijnen en kruispunten te gebruiken, één volstaat. Bijvoorbeeld, als je een kustlijn met een schip wenst te fotograferen dan kan je de waterlijn op de onderste derde laten samenlopen en het schip op het kruispunt van die lijn met een van de vertikale lijnen. Er bestaat een andere regel die bepaald welke van de twee andere lijnen de beste keus is en die met de regel der derden niets te maken heeft. Maar je kan de twee kombineren. Als het schip naar links vaart dan zet je het best op het rechtse kruispunt. De regel zegt dat je de richting van de actie ruimte moet geven. Maw de grootste lege zone op de foto moet komen te staan voor de actie en/of de blik van iemand. Dus een auto die naar rechts rijd op foto, moet ergens links staan zodat de rest van de foto (die meestal vrije ruimte is voor de wagen) voor de wagen staat aan de rechterkant van jouw foto. Iemand die je op profiel neemt moet met zijn achterhoofd dichter bij de rand van de foto staan zodat zijn blik ruimte krijgt op de foto.
Op de eerste figuur ziet men ook een zwarte spiraal. Dit is zo een andere kompositie richtlijn zoals de regel der derden. Deze spiraal heet de “gulden spiraal”. Eigenlijk is deze strikt genomen enkel geldig voor beelden met een specifieke verhouding en de 2:3 verhouding zit er het dichtste bij. 2:3 heb je met een reflex camera, een pocket heeft meestal een 3:4 verhouding.
De gulden spiraal gebruikt men als volgt, het punt van interesse dient in het kleinste middelste krulletje te staan. Vanuit het andere uiteinde (dat in de hoek van de foto staat) plaatst men dingen die de blik zal leiden naar het interessepunt. Bvb een cirkelvormig traphuis van gans onderaan naar boven toe genomen en een persoon (ons onderwerp) staat gans van boven. Plaats die persoon dan in dat topje en laat de trappen langs de lijn van die spiraal lopen door je te verplaatsen en met het perspectief te spelen.
Als je het laatste voorbeeld tracht in te beelden is het duidelijk dat die spiraal niet zo makkelijk is om precies in te beelden bij het nemen van een foto, vandaar dat die regel der derden zo handiger is en ook veel meer gebruikt wordt. Let wel dat dat kruispunt van regel der derden ook heel dichtbij het tipje van de gulden spiraal staat. Weet je nog uit het begin van dit artikel dat je mag afronden?
Een laatste regel is dat van de gulden driehoek. Men plaatst elementen die leiden naar het interessepunt langs één der diagonalen van de foto. Het interessepunt zelf staat dan op het kruispunt van die diagonaal met een andere lijn die vertrekt uit één der twee vrije hoeken en loodrecht op die diagonaal staat. Als men nu die lijnen bovenop de guden spiraal plaatst zal men ook zien dat dit kruispunt samenvalt met het tipje van die spiraal. De drie regels komen dus eigenlijk een beetje met elkaar overeen.
Een andere “doe” regel die zal helpen is om ervoor te zorgen dat de foto een verhaal verteld. Als men een huisje in de weiden neemt en er is een wegje die naar dat huisje leidt, dan is het interessant om op de foto dat wegje zodanig te laten zien zodat het leidt naar het huisje. Ander voorbeeld, een rivier leidt naar een oceaan of waterval, de rivier begint ergens in een hoek en loopt naar de waterval die bvb op een kruispunt der regel der derden staat. MAw zorg ervoor dat er lijnen zijn in het beeld die leiden naar jouw onderwerp
Omkadering. Plaats dingen die als “kader” dienen in het beeld. Voorbeeld, neem een foto door een venster, laat dan het vensterraam zien in de rand van de foto. Een onderwerp in de natuur, als je een haag hebt of lage takken, plaats dan deze takken rondom het beeld in het beeld. Ze zullen vervagen in onscherpte en geven een artistieke tint. Indien dit echte niet kan en de rand van de foto heeft afwisselenede klare en donkere zones zodat de klare zones uit het beeld kunnen leiden dan kan men steeds “vigneteren”. Dit gebeurd in nabewerking en bestaat uit het donkerder maken van de omtrek alsof men met een oude, sterk vergrotende lens de foto genomen heeft.
Speel met vormen. Symemtrisch of asymetrisch, maak geometrische vormpuzzels aan de hand van de dingen die je in beeld breng. Sommige heel abstracte fotos die gewone “stomme” objecten voorstellen maar dusdanig dat ze een abstracte vorm weergeven werden reeds verkocht voor heel veel geld.
Verbodsregels
- Plaats geen objecten/elementen die lijnen vormen die achter een hoofd staan zodat die lijnen “uit het hoofd” komen. Dit is een typische fout, een mooi portret van iemand die voor de boom staat, en het ziet ernaar uit dat die boom “uit haar hoofd groeit”.
- Neem geen fotos van mensen met korte mouwen, zeker niet van opzij en zeker niet als ze wat “dikker” zijn dan de norm.
- Plaats niet iemand met zijn kijkrichting tegen de rand van de foto. Dit is de tegenhanger van een “doe” regel. Je mag hem in het midden plaatsen maar niet met zijn neus dichter tegen de rand dan zijn achterhoofd.
- Storende elementen niet in het beeld laten staan. Hoe stom en vanzelfsprekend het ook moge zijn, toch ziet men nog fotos met een vuilnisbak in beeld, of een verpakking of ander vuil op de grond aan de voeten van iemand. Verberg de vuilnisbak achter de persoon, gooi dat stom papiertje weg.
- Vermijd dat lijnen uit het beeld lopen. Als je zoveel moeite deed om dingen te plaatsen langs de gulden spiraal om de blik te leiden tot dat prachtig boompje, zorg er dan ook voor dat er geen hoogspanningskabel achter dat boompje loopt en uit het beeld gaat. Dit is een lijn die de blik uit de foto leidt en het boompje is dan niks meer waard.
Kleuren
Als je een fanaat bent van zwart-wit dan heeft dit minder belang voor jou.
Mensen zien gewoon liever warme kleuren en vinden koudere kleuren minder interessant.
Wat is warm en wat is koud? Wel heel simpel, vuur is warm en ijs is koud, welke kleur heeft vuur? Geel en rood. Welke kleur heeft ijs? Wit en blauw. Daartussen staat bruin en groen.
Interessante objecten zijn dus liever iets geels of roods of staan in het midden van iets geels of roods en de koude kleuren staan best verder af van ons onderwerp. Gelukkig is de hemel (meestal) blauw want die staat meestal veraf.
Voorbeeld, fotos van bloempjes in de bergen. Verkies dus de gele bloempjes boven die paarse (als er zijn), laat ze mooi in het midden van hun groen gras (medium koud) en laat de blauwe hemel zien op de achtergrond. Maw, ga dus niet pal boven de bloem staan, verlaag jouw toestel en laat de horizon zien met wat hemel.
Bruin is niet echt een warme kleur, beige ook niet. Als je dus bergen fotografeerd, verpruts dan de instellingen van jouw toestel om de bergen er geler of roder te laten uitzien. Dit kan je doen door de felheid van de kleurinstellingen te veranderen (vivid colors). En eventueel (maar dat is meer voor de gevorderden) de witbalans manueel wat warmer te maken.
Eigenlijk kan je best altijd de kleuren op “more vivid” laten staan, en om overbelichting te vermijden ga je dan de belichtingskompensatie van je toestel een stapje of twee donkerder instellen. Want die kleursaturatie zal sowieso de lichtere kleuren te fel gaan maken. Als je niet weet waarover ik praat is dit nu het goede moment om de begruikershandleidng van jouw camera eens uit te pluizen.
Let wel, “vivid colors” is enkel mooi voor landschappen. Als je een portret neemt met felle kleuren dan zien de mensen er uit als clowns.
Kontrast
Ooit las ik ergens op het net een konfrater schrijven “it’s all about contrast baby”. Meestal doet men dit in nabewerking. Dit is ook (op één na) de laatste stap in de nabewerking. Verhoog het kontrast om vage, misterige beelden, meer leven in te blazen. Indien jouw nabewerkingsprogramma toelaat om met “curves” te werken dan doe je dit best daarmee dan met de standaard “kontrast” regelaar. In de curves zijn er meestal voorinstellingen voorhanden waaronder “meer kontrast”. De reden om curves te bevoorrechten is dat de oudere klassieke kontrast regelaar meestal detail uit de foto verloren laat gaan. Subtiele kleurschakkeringen en details uit de lichtere en donkerdere zones gaan verloren in totaal wit en zwart. Met curves behoudt men veel beter het detail in de lichte en donkere zones.
Scherpte
Dit is ook iets voor de nabewerking. Dit is steeds de laatste stap in nabewerking. Overdrijf niet met extra scherpte. Extra scherpte kan vaak een foto mooier maken. Maar als het teveel is en ten onpas dan kan het de ganse foto beschadigen. Indien jouw nabewerkingsprogramma toelaat om selectief bepaalde zones scherp te maken dan moet je dit zeker selectief doen. Maak enkel bepaalde “sterke” lijnen scherp. Dit zijn de lijnen die je gebruikt om je kompositie te onderstrepen (die langs de lijnen lopen van die regels in de eerste helft van dit arttikel, regel der derden, gulden driehoek, …). Maak ook gerust dingen scherp die harde objecten zijn, zoals metalen randen, juwelen, chrome versieringen van een auto. Al wat sowieso reeds hard is en/of blinkt.
Besluit
Ziezo. Dat was weer en hele brok. Dit is slechts de basis, er bestaan nog veel tips en truuks, zoek op Google naar meer. Maar eerst neem je jouw camera in handen en stop met op de computer jouw tijd te verdoen. Je hebt nu al een dikke boterham theorie gelezen, ga het nu in praktijk brengen en neem gewoon fotos, en nog meer fotos. Schiet er niet willekurig op los maar tracht de kennis uit dit artikel toe te passen. Het enkel door de praktijk dat je jezelf gaat verbeteren.